Hier mee begon het in 1910
![]() |
|
|
|||||||||
|
De fabriek |
Het embleem |
Een van de eerste modellen is de 24HP | |||||||||
|
|
|
A.L.F.A. = Anonima
Lombarda Fabbrica Automobili.
Alfa Romeo is een merk met een roemrijke naam en een
roemrucht - gedeeltelijk al legendarisch - verleden.
“Every time I see an Alfa Romeo pass by, I raise my hat”,zei
notabene Henry Ford I,die er toch echt niet voor bekend stond graag
complimentjes aan de concurrenten uit te delen.
Zeker in de tijd van de Amerikaanse automagnaat nam Alfa
Romeo echter wel heel bijzondere plaats in de autowereld in.
Tot de Tweede Wereldoorlog werden de Alfa Romeo’s feitelijk
per stuk en met de hand gebouwd,voor de autosport en voor een enkele
gefortuneerde liefhebber.
Nu is dat anders geworden.
Alfa Romeo heeft de produktie flink moeten uitbreiden
om te kunnen bestaan,maar de traditie van het heldhaftige verleden is van grote
invloed gebleven.
Om Alfa Romeo hangt het aureool van al de overwinningen uit
de grote tijd van de nu al legendarische wegwedstrijden.
De merknaam is nauw verbonden met de namen van beroemde
coureurs.
Het klavertjevier spreekt de leken aan.
En de technici vallen voor de verfijnde constructies van de
Alfa’s.
Zo kreeg de naam een bijzondere klank,die de fabriek tot op
de dag van vandaag probeerd waar te maken met bijzondere auto’s.
Een Alfa Romeo is niet zo maar een auto,het is een
automobiel!
Het is de vraag of dat ook zo zou zijn gelopen als Alfa
Romeo eens geen Italiaanse fabriek zou zijn geweest.
Italië heeft nu eenmaal altijd een vooraanstaande plaats in
de autowereld ingenomen.
Een Italiaan berijdt zijn Fiatje Panda als een vierspan.
Italiaanse monteurs hebben de autotechniek in hun vingers
als geen ander.
Italiaanse coureurs toonden zich steeds meesters op de
circuits van deze wereld.
Italiaanse wedstrijden als de Targa Florio en -meer nog- de
Mille Miglia waren spektakels die het hart van elke automobilist beroerden.
Italiaanse stilisten zijn de koningen van de haute couture
in de automobielindustrie.
Dat alles bij elkaar is natuurlijk de best mogelijke
voedingsbodem voor een autofabriek.
Het is het klimaat waarin Alfa Romeo een naam werd die
bewondering en respect af dwingt,een naam die word gekoesterd door liefhebbers.
Franse voorouders
De voorgeschiedenis van het huis Alfa Romeo begon in
Frankrijk.
Alexandre Darracq had daar helemaal in het begin van deze
eeuw veel succes met zijn kleine en goedkope auto’s.

alexandre Darracq Darracq Italiana 1909
De dingen waren niet alleen goedkoop,maar wonnen ook nog
verscheidene wedstrijden,
wat in die jaren nu eenmaal beslissend was voor de verkoop.
Darracq begon in 1899 met een eencilinder,maar maakte in
1904 al een viercilinder,naast één -en tweecilinders.
De beroemde filmsterveteraan Geneviéve,van zo’n jaar of
vijftien geleden{in die tijd},was zulk een tweecilinder Darracq uit 1906.
De Darracqs werden gaandeweg duurder,hetgeen Alexandre
Darracq kennelijk niet lekker zat.
Hij ging althans onderzoeken of het niet mogelijk was om in
Italië een dochterfabriek te bouwen voor de produktie van goedkope Darracqs.
In 1906 kwam het tot de oprichting van de “Societa Italiana
Automobili Darracq”,met een hoofdkantoor in Napels.
Hetzelfde jaar nog besloot de directie te verhuizen naar
Milaan.
Er werd een terrein gekocht in Portello,een dorp even buiten
de stad. Daar werd een fabriek gebouwd.
De bedoeling van Darracq was dat in Portello auto’s zouden
worden gebouwd door de Darracq-fabriek in Frankrijk geleverde onderdelen.
Op die manier zou de moederfabriek de mogelijkheid tot extra
afzet krijgen en zou de dochter goedkoop kunnen inkopen.
Het plan leek goed.maar er kwam niet veel van terecht.
Al gauw kwam de leiding van Portello er achter dat de
moederfabriek bij voorkeur tweederangs spullen naar Italië stuurde en het beste
zelf hield voor de eigen produktie.
Dat deed de naam van Darracq Italiana natuurlijk geen goed.
Het kwam zelfs zover dat beter gesitueerde Italianen die een Darracq wilden,
deze zelf kant en klaar uit Frankrijk importeerden. De
betere kwaliteit van het produkt van de moederfabriek woog kennelijk zwaarder
dan alle aan de privé-import verbonden kosten en moeiten.
Na een tijd van goede verkopen in 1906 en 1907 trad er boven
dien een recessie op de automarkt in. In 1909 waren de fabriekshallen van
Portello leeg en was Darracq Italiana vrijwel failliet. In de herfst van dat
jaar gingen de directeur van Darracq Italiana en de technische leider,
Giuseppe Merosi
Ugo Stella en Giuseppe Merosi, op zoek naar een financier.
Zij wilden de band met het Franse moederfabriek verbreken en
een eigen auto fabriek stichten.
In stilte hadden ze al gewerkt aan een eigen auto, die zowel
voor races als voor gewoon gebruik geschikt zou moeten zijn. Uit eindelijk
kwamen de heren terecht bij de Banca Agricola di Milano, de Milanese
boerenleenbank, die een half miljoen lire op tafel legde.
Daarmee konden Stella en Merosi aan het werk. Om te beginnen
kregen alle Franse technici van Darracq Italiana per 1 januari 1910 hun congé.
er werd een nieuwe staf gevormd, die onder leiding van
Merosi het prille ontwerp voor de nieuwe auto uit ging werken.
Stella bemoeide zich intussen met de verdere reorganisatie
van het bedrijf. In juni1910 had hij de zaak kennelijk afgewikkeld met de
moederfabriek.
In die maand werd althans ALFA gesticht, de ,,Anonima
Lombarda Fabbrica Automobili”-de naamloze vennootschap Lombardijse Autofabriek-
gevestigd in de fabriek in Portello van de voormalige Societa Italiana
Automobili Darracq.


Het adres van ALFA was 33 Via Marcus Ulpius Traianus.


foto’s Montage hal van Portello 1910-1920
Het bleef dat een dikke halve eeuw, tot halfweg de jaren ‘60,
toen de nieuwe fabriek in Arese, aan de westkant van Milaan, in gebruik werd
genomen. Nog altijd is Portello in bedrijf. Er worden nu onderdelen voor de
hoofdfabriek in Arese gemaakt.
Van het dorpje Portello een eindje buiten Milaan is echter
niets meer over. Portello is nu een noord-westelijke wijk van de stad geworden.
Aan de Via Marcus Ulpius Traianus werd hard gewerkt. In de
herfst van 1910 hadden Merosi en zijn mannen het eerste prototype van ALFA
klaar. Het was een viercilinder met een inhoud van 4.084cc en een vermogen van
42PK (30,9 Kw). De wagen haalde er een top mee van 100Km/h,in latere
uitvoeringen zelfs 115Km/h. Deze eerste ALFA -de 24- had voor die tijd een
zware motor.

Technische man Giuseppe Merosi aan het stuur van een 24HP.
Zij hadden hun lesje zelfs zo goed geleerd dat de fabriek
nooit een werkelijk kleine auto bouwde. Pas na twintig jaar werd een motor gebouwd
van ongeveer de zelfde inhoud als de tweecilinder Darracq(1.500 cc) en
pas na veertig jaar eentje met een overeenkomstige inhoud als die van de
eencilinder Darracq(1.300cc). Merosi ontwikkelde vrijwel gelijk met de 24 een
wat lichtere auto, de 12.
Beide modellen groeiden uit tot een serietje. Daarnaast werd
in 1912 al een zwaardere auto uitgebracht, de 40, die ook weer tot een serietje
werd, met keuze uit diverse motoren.


De 24HP renwagen van 1911-1912.

Speciaal koetswerk van Gastagna op een ALFA-chassis van
1913,in opdracht van een met eigen ideeën over stroomlijn begiftigde Graaf
Ricotti.

Giuseppe Merosi, chef constructeur van 1910-1923.
ALFA had in Italië nogal succes met zijn auto’s. Binnen
enkele jaren werkten er driehonderd man in Portello,die samen een jaarproductie
van circa 350 stuks realiseerden.
Aldeze auto’s waren getooid met een opvallend embleem, het
rode kruis en de groene slang ven het stads wapen van Milaan.
En al deze ALFA’s droegen ook het klavertjevier, dat later
net zo symbolisch voor Alfa Romeo werd als het kruis en de slang.

Het klavertjevier was, als internationalsymbool voor geluk.
aangebracht op het plaatje onder de motorkap met motor-en chassisnummer.
Natuurlijk deed ALFA van het begin af mee in de autosport.
Het merk maakte zijn debuut in de zesde Targa Florio.
Zonder succes, want beide ingeschreven auto’s vielen uit.
dat was in 1911. Andere deelnemingen leverden evenmin lauweren op.
In de Targa Florio van 1912 deed één ALFA mee, maar de rijder gaf tegen het einde op. De Targa Florio was dat jaar ook bijzonder zwaar: duizend kilometer over paden en weggetjes van Sicilië zonder pauze. in 1913 kwam een eerste succes. Bij een moeilijke heuvelklim haalde Franchini met een 40-60 een tweede prijs weg. Andere overwinningen volgden in de volgende jaren.

Alfa 40-60 Nino Franchini
De wedstrijdsuccessen waren uiterst belangrijk, want ze
waren vaak doorslaande argumenten voor de kopers van auto’s van die tijd.
ALFA verwierf zich een goede naam en verkocht flink, maar
financieel ging het desalniettemin niet best.
Dat leidde er toe dat de bank die intussen de meeste aan delen van ALFA in handen had gekregen, de fabriek overdeed aan de
industiële onderneming van ir. Nicola Romeo.

ir. Nicola Romeo
Deze was groot geworden door de produktie van stationaire
motoren en werktuigen voor mijnen. Ir. Romeo nam ALFA in 1915 over.
In 1918 voegde hij nog drie andere fabrieken toe aan zijn
combinatie, een fabriek van werktuigen en twee fabrieken van spoor wagons.
In Portello werden toen al lang geen auto’s meer gebouwd,
maar letterlijk van alles: compressoren, spoorwegmaterieel, tractoren, ploegen,
motorfietsen, enzovoorts.



